skip to Main Content
Hoe vers is biodivers?

Hoe vers is biodivers?

12.11.2019

Hoe vers is biodivers?

Auteur: Jurgen Van de Walle, Tuin- en landschapsarchitect

De mens is instinctief nog steeds onderliggend verbonden met de natuur.

Hierdoor is er bij de gemiddelde mens een sluimerend verlangen aanwezig naar ongereptheid, naar een vorm van oer beleving.

In onze huidige steden en dorpen heeft de oorspronkelijke natuur plaats moeten ruimen voor gebouwen en verhardingen. In de huidige maatschappij zijn het voornamelijk de parken die nog groene ruimten bieden maar ook daar wordt de druk opgevoerd omdat er teveel mensen terzelfdertijd een veelheid aan activiteiten moeten kunnen beleven.

Laat ons even kijken naar de term corridor. Een corridor kan zijn een verbindingsweg tussen verschillende natuurgebieden, een wandel- of loopgang, een simpele verbindingsweg.

Net zoals de fauna en flora die verbindingswegen nodig hebben om te kunnen migreren van het ene oord naar het andere heeft de mens ook nood aan ingerichte verbindingswegen.

Die verbindingswegen zijn er wel onder vorm van eentonig beton en asfalt en waar het kan lanen met bomenrijen. Ze zijn vandaag de dag vooral ingericht om zo snel mogelijk en veilig van plaats A naar plaats B te bewegen. Mensen vinden vaak sneller hun weg terug  in een gevarieerd  landschap dan in een stedelijke omgeving.  Dat komt juist door de hoge diversiteit in beplanting en in het aanwezige leven. Men heeft zoveel om echt naar te kijken en dingen te gaan beleven dat herinneringen aan die bepaalde plaats spontaan in onze hersenen worden opgeslagen.



Een eerste taak zou erin kunnen bestaan om de ‘massiviteit’  van steden en dorpen te gaan doorbreken. Met massiviteit bedoel ik grote kolossale gebouwen, een concentratie van gebouwen of een opeenvolging van baanvakken die zodanig beeldbepalend zijn dat je er niet naast of over kan kijken. Dergelijke plaatsen zorgen bewust of onbewust bij de mens voor een ongemakkelijk gevoel. Een gebouw dat alleen staat zonder een vorm van in- of aankleding in de omgeving kan dan nog zo mooi zijn, het gaat vaak snel vervelen als men het een paar keer gezien heeft. Ik maak graag het vergelijk met een betonnen loods in een landschap. De contouren ervan zijn heel scherp aanwezig. Je kunt dan twee keuzes maken. Allereerst zou je tegen de betonnen muren klimop kunnen plaatsen of dicht tegen de loods een groen scherm aanplanten. Het eindresultaat zal nagenoeg hetzelfde zijn. Het grote saaie volume blijft nadrukkelijk aanwezig. Men kan ook een drietal verspreide bomen plaatsen een eind van de loods verwijderd. De contouren van de loods worden hierdoor diffuus.

dig


Het zou de bedoeling moeten zijn om met  inventieve ingrepen -die economisch perfect haalbaar zijn-  dergelijke storende elementen te gaan aanpakken.

Voor sommige ingrepen moet het mogelijk gemaakt worden om over de perceelgrenzen heen te mogen kijken.

Het laten wegdeemsteren van grote structuren is één zaak maar om van de gebruikte corridors aangename, veilige en gezonde structuren te maken is nog andere koek.

Gelukkig is er de afgelopen decennia al aardig wat geëxperimenteerd met het ontwerpen van naturalistische landschappen en tuinen.


Het naturalistisch ontwerpen van stedelijke landschappen en stadstuinen draagt in hoge mate bij tot een hogere biodiversiteit binnen de stedelijke omgeving.


Bij het naturalistisch ontwerpen wordt er gewerkt met echte plantengemeenschappen. Deze beplantingstypen hebben een grote vorm van spontaniteit en zorgen voor evolutie en verrassende wendingen binnen het ontworpen concept. Het resultaat hiervan zijn natuurrijke sferen die niet enkel esthetisch verantwoord zijn maar die bovenal emoties losmaken.

Die sferen zouden we moeten kunnen beleven langs onze grijze mobiliteitslinten. De vaak onaangename prikkels die we vandaag de dag ervaren tijdens het wandelen, fietsen, autorijden worden dan aangename zintuiglijke prikkels die bij ons emoties kunnen losweken.

Hoe ‘wild’ en spontaan deze landschappen en tuinen ogen, des te meer studie en kennis van plantengemeenschappen gaat eraan vooraf. Daar waar in een doorsnee tuin windrichting, bodemsoort, vochtigheidsgraad en zuurtegraad de grote pijlers zijn waarmee men rekening moet houden wordt er hier uit andere vaatjes getapt. Natuurlijk tellen deze pijlers ook mee maar er worden tal van andere parameters bestudeerd. Zo is het bijvoorbeeld belangrijk om te weten of een nabijgelegen muur van een gebouw ’s nachts niet teveel warmte afstraalt. Planten aan de voet van deze muur moeten zich daaraan kunnen aanpassen. Als er een beperkte ruimte is voor doorworteling van planten dan is een diepe worteling van planten onontbeerlijk om water en voedsel uit de diepere bodem te kunnen gebruiken. Ook het uitzaaigedrag van planten moet gekend zijn. Spontane verplaatsing is een must binnen een dynamisch landschap maar mag het geheel niet gaan overheersen. Het zijn deze pendelplanten die jaar na jaar het aanzicht van een beplanting een spontane schwung geven.

Neem nu bijvoorbeeld de Digitalis. De plant vormt massaal zaad in zijn zaadhoofden. Het kiemingspercentage is relatief groot maar er worden meestal maar een paar nieuwe zaailingen bestendigd op open plaatsen tussen andere beplanting. De Digitalis is polvormend en zal zich op een nieuwe standplaats niet ongebreideld vermeerderen via worteluitlopers. Een ander soort vaste plant de Eupatorium vormt vlug grote pollen maar het zaaigedrag van een aantal variëteiten kan wel voor een overheersing zorgen. Hetzelfde fenomeen is gekend bij bepaalde acers die zich massaal kunnen uitzaaien door windverspreiding. De zaden kunnen het eerste jaar uitgroeien tot jonge loten die vanaf de tweede zomer al voor teveel schaduw kunnen zorgen voor andere te prefereren beplanting.

Ik stel vast dat heel wat steden en gemeenten uit economisch oogpunt heel wat plaatsen definitief betonneren om minder onderhoudswerk te moeten uitvoeren of omdat bepaalde herbiciden nu verboden zijn en het ‘onkruid’ niet meer snel en op grote schaal kan worden aangepakt.

Het resultaat op vandaag is dat er nu steeds vaker met de bosmaaier en de veeg- of borstelmachine  moet langsgegaan worden om onkruid af te maaien en aanklevend vuil te verwijderen. Dit zorgt op zeer regelmatige tijdstippen op dorps- of stadswegen voor verkeersophouding. Heel wat nuttig bodemleven en insecten worden op deze manier letterlijk opgezogen of kapot geklepeld. Beter zou het zijn om smalle stroken tussen de baanvakken of tussen voetpaden en de rijweg opnieuw te gaan inrichten als waterbuffer bij hevige regenval en als groeiplaats voor nieuwe plantengemeenschappen. Ook het intensief scheren van bijvoorbeeld smalle ligusterhagen tussen het voetpad en de openbare weg tot 4 maal per jaar is niet meer van deze tijd. De veiligheidsfunctie die dergelijke korte hagen visueel uitstralen kan ook op andere manieren bereikt worden.

Onderhoud zou eerder sturend moeten gebeuren in functie van het in stand houden van plantengemeenschappen dan ‘stofzuigend’ alles te kortwieken en op te poetsen.

Zonder het altijd te beseffen liggen er heel wat mogelijkheden voor het grijpen


Als er mij iemand aanspreekt hoe weinig grond hij maar heeft in zijn stadstuin leg ik die persoon meteen uit hoeveel potentieel aan te planten plaatsen dezelfde stadstuin heeft.

Naast dak en gevelgroen wordt er vaak over het hoofd gezien dat een verhard gedeelte van de tuin vaak perfect kan ingericht worden volgens het daktuinprincipe. Het uitbreken van dikke betonlagen is vaak economisch niet verantwoord of simpelweg niet mogelijk binnen een smalle stadsbehuizing.



Een goede evolutie is de vergroening  van schoolpleinen. Daar kan nog heel wat bewustwordingswerk verricht worden bij onze prille jeugd. Onder de noemer speelnatuur worden groene buitenruimten gecreëerd die al meteen een positief resultaat hebben op het denk- en leervermogen van het kind.

Heel wat parkeerplaatsen worden nog onvoldoende benut. Door een grotere samenwerking tussen verschillende eigenaars van handelspanden kunnen parkeergelegenheden verminderd worden in bijvoorbeeld oude industrieparken. Nieuwe industrieparken worden best zodanig ontwikkeld dat door het samen parkeren er minder open ruimte verhardt wordt. Zo komt er meer plaats vrij voor een kwalitatieve groene buitenomgeving.

Onze stedelijke kernen hebben hier en daar nog  ‘abandoned places’ die al dan niet tijdelijk gedurende enkele jaren snel en relatief goedkoop kunnen ingericht worden als natuurlijke ontmoetingsplaatsen. Er is niets verkeerd met een tijdelijk gegeven waarbij een oude binnenplaats van een fabriekspand of een verlaten parkeerterrein snel en op een relatief goedkope manier kan ingericht worden als een groene long. Gaan we nog een stap verder dan kan een bepaald substraat waarin door een tijdelijke beplanting een zaadbank ontstaan is, na een aantal jaren verhuizen naar een andere tijdelijke plaats waar de zaadbank terug kan ontkiemen.



Binnen de huidige context van de opwarming van het klimaat moeten we uiterst inventief omspringen met de ingrepen die we zullen doen voor de aanleg van nieuwe tuinen en landschappen. We streven hier bij voorkeur naar een milieubewuste aanpak. Overtollig water wordt bij voorkeur niet weggevoerd van het terrein maar wordt ondergronds gebufferd. Tijdens lange droogteperioden kan men hierdoor de waterbehoefte van de beplanting op peil houden. Grondverzet wordt zoveel als mogelijk beperkt of wordt ter plaatse gerecupereerd. Een doorgedreven plantenkennis en analyse van de standplaats door de tuin- of landschapsarchitect kan op extreme plaatsen toch de verwachtingen inlossen om een duurzame en diverse plantengemeenschap samen te stellen. In het algemeen moeten de planten en bomen zo veel als mogelijk klimaatbestendig zijn. De komende decennia zal de lijst met klimaat adaptieve flora wellicht nog vaak worden aangepast door de ups en downs in de hoeveelheid neerslag en temperatuur die we nog te verwerken zullen krijgen.

Back To Top
The Green City uses Googles cookies and scripts to analyse your use of our website anonymously, so we can customise its functionality and effectiveness and display advertisements. We also use Facebook, Twitter, LinkedIn and Google cookies and scripts, with your consent, to enable social media integration on our website. If you wish to change which cookies and scripts we use, you can alter your settings below.
Cancel