skip to Main Content
Studiedagen biodiversiteit voor een natuurlijk evenwicht tussen ziekten en plagen

Studiedagen biodiversiteit voor een natuurlijk evenwicht tussen ziekten en plagen

Bart Vandepoele (Departement Omgeving) gaf tips over geschikte voedsel- en nestplaatsen en hoe je een goed insectenhotel kan maken.
17.10.2019

Studiedagen biodiversiteit voor een natuurlijk evenwicht tussen ziekten en plagen

Om boomkwekers en groenvoorzieners te informeren over hoe ze hun bedrijf en de omgeving, tuinen en openbaar groen optimaal kunnen inrichten om biodiversiteit te bevorderen en in stand te houden organiseerde het Proefcentrum voor Sierteelt in samenwerking met Departement Omgeving en Hogeschool Gent, in september, drie studiedagen te Damme, Grimminge en Zele. Na een bevraging door het PCS eind 2018 bleek namelijk dat bij zowel publieke als private groenvoorzieners het thema biodiversiteit hoog op de agenda staat. Dit artikel geeft een verslag van deze studiedagen en de verschillende thema’s die aan bod kwamen.

Biodiversiteit als bouwsteen voor een stabiel ecosysteem – Bart Vandepoele 


Biodiversiteit is meer dan alleen de diversiteit aan soorten. Het gaat om het evenwichtig voorkomen van dieren, planten, zwammen en micro-organismen in een samenhangend geheel, een ecosysteem. Het laatste IPBES Living Planet rapport (UN, 2019) geeft aan dat de komende jaren 1 miljoen planten en diersoorten zullen verdwijnen en dus onze biodiversiteit met rasse schreden achteruitgaat. Hoe minder soorten, hoe onstabieler het ecosysteem. Een hoge biodiversiteit draagt immers bij tot proper water, zuivere lucht, opname van broeikasgassen, een vruchtbare bodem, betere waterinfiltratie, verhoogde gewasopbrengst, verminderde hittestress en een verminderde kans op ziekten en plagen. Dit laatste positief effect wordt ook teruggevonden in het eerste principe van geïntegreerde gewasbescherming, wat zegt dat voorkomen beter is dan genezen. Door de biodiversiteit op bedrijven of in tuinen te beschermen en in stand te houden, worden natuurlijke vijanden beschermd en zo potentiele schadeverwekkers preventief onder controle gehouden.

Biodiversiteit en het natuurlijk evenwicht kan bevorderd worden door meer diversiteit te creëren, zowel qua structuur (gelaagdheid) als qua plantsortiment. Natuurlijke schuilplaatsen zoals gemengde hagen en beplanting, wilde vegetatiestroken, struiken met bessen en ingezaaide groenbemesters of bodembedekkers kunnen hierbij helpen, maar ook de aanleg van groendaken of groene gevels in verharde omgeving, stapelmuurtjes, gefaseerd maaibeheer en insectenhotels. Daarnaast is de aanwezigheid van water van groot belang, alsook het verminderd gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Via de Week van de Bij, een campagne van de Vlaamse Overheid met de bij als mascotte, wordt een week lang aandacht besteed aan de problematieken van de bij en het leefmilieu om zo gedragsverandering teweeg te brengen in de samenleving.

Natuurlijke vijanden als basis voor plaagonderdrukking – Joachim Moens


Onder functionele biodiversiteit wordt die biodiversiteit verstaan waar wij als mens een nut van hebben, zoals de aanwezigheid van natuurlijke vijanden om ziekten en plagen te voorkomen. Hieronder vallen o.a. lieveheersbeestjes, gaasvliegen, zweefvliegen, roofwantsen, sluipwespen en oorwormen. In het vroege voorjaar zullen vooral rovers uit akkerranden bv. vroege bladluispopulaties onderdrukken, terwijl later op het seizoen sluipwespen, zweefvliegen en andere rovers de bladluisplaag verder opruimen en zo de aantasting onder de schadedrempel houden.

Men kan op 2 manier te werk gaan: enerzijds kan op plaatsen met hoge biodiversiteit waar natuurlijk aanwezige populaties in voldoende aantallen aanwezig zijn, ingezet worden op het in stand houden en stimuleren ervan. Dit kan gebeuren door minimaal gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, creëren van schuil- en overwinteringsplaatsen en voorzien van voldoende voedsel. Anderzijds kunnen op plaatsen met lage biodiversiteit zoals monotone lanen of tuinen commercieel beschikbare natuurlijke vijanden (lieveheersbeestjes, gaasvliegen,…) uitgezet worden. In het BEBLABO project (Beheer van Bladluizen op Bomen) van HoGent wordt onderzocht de welke natuurlijke vijanden het meest efficiënt zijn om bladluisplagen te onderdrukken en welk toepassingstijdstip en –frequentie het meest optimaal is in boomkwekerij en openbaar groenomstandigheden.

Plantsortiment ter bevordering van biodiversiteit en natuurlijke vijanden – Pieter Goossens


Planten en insecten of vogels hebben een sterke onderlinge wisselwerking: zo trekken planten insecten en vogels aan o.b.v. voedselaanbod (nectar, pollen, vruchten, zaden) en –positie, geur, kleur en bloeiperiode, en passen insecten zich hieraan aan o.b.v. hun levencyclus, uitvliegperiode, uiterlijke kenmerken, voedselnood en bepaalde zintuigen.

Bij het inrichten van een tuin of een kwekerij is het essentieel om in eerste instantie te kijken naar de aanwezige biodiversiteitswaarden qua beplanting en nestplaatsen, en deze zoveel mogelijk te behouden. Een volgende stap is het terrein in acht te nemen. Een plant kan maar kwalitatief tot ontwikkeling komen en de biodiversiteit positief beïnvloeden op de juiste standplaats (bodemtextuur, pH, lichtbeschikbaarheid). Zeker in een stedelijke omgeving waar vaak verstoorde bodems terug te vinden zijn met hoge pH, is het aanbod aan geschikte plantensoorten vaak beperkt. Andere belangrijke aandachtspunten zijn de toegankelijkheid van de bloem (best open en enkelbloemig), beschikbaarheid van nectar/pollen en de bloei- of drachtperiode voor het creëren van een jaarrond bloei-, bessen- en zadenboog. Hier kunnen uitheemse soorten vaak nog een meerwaarde bieden door een vroegere of latere bloei t.o.v. hun inheemse tegenhanger, hoewel men hierbij dient op te letten voor invasiviteit. Een algemene regel is een zo hoog mogelijke diversiteit aan plantsortiment en het creëren van gelaagdheid, monoculturen zijn nefast voor de biodiversiteit. Enkele toppers voor zowel bijen, vlinders als vogels zijn Rhamnus frangula, Prunus spinosa en Cornus mas, alle drie zeer geschikt voor toepassing in een gemengde houtkant.

Foto’s rechts boven in volgorde:

  1. Chantal Van Rie (Stad Damme) gaf een rondleiding in de mooiste bijentuin van Vlaanderen te Damme.

  2. Steven de Bruycker (Boomkwekerij Willaert) lichtte toe wat de aandachtspunten zijn voor de inzaai en het beheer van bloemenweides.

  3. Sandy Adriaenssens (PCS) gaf uitleg rond de principes van geïntegreerde gewasbescherming en wat de invloed van gewasbeschermingsmiddelen kan zijn op nuttigen.

  4. Niels Willo (Departement Omgeving) gaf een toelichting rond het ontwerp en de uiteindelijke realisatie van de educatieve tuin De Helix te Grimminge.

  5. Bart Vandepoele (Departement Omgeving) gaf tips over geschikte voedsel- en nestplaatsen en hoe je een goed insectenhotel kan maken.

  6. Liesbet Van Remoortere (PCS) toonde hoe ziekten, plagen en nuttigen kunnen herkend worden op de plant.

  7. Annelies De Roissart vertelde meer over de resultaten van het BEBLABO-project waar bladluizen bestreden worden door het uitzetten van lieveheersbeestjes en gaasvliegen.

  8. Steven De Roose en Koen De Vliegher (Greentraders) toonden hoe hun bedrijf maatregelen neemt ter bevordering van biodiversiteit  en hoe het bedrijf werkte.


Het PCS dankt Hogeschool Gent en Boomkwekerij Willaert voor de samenwerking en Departement Omgeving, Stad Damme en Greentraders bvba voor de samenwerking en het ter beschikking stellen van de locatie.

Back To Top
The Green City uses Googles cookies and scripts to analyse your use of our website anonymously, so we can customise its functionality and effectiveness and display advertisements. We also use Facebook, Twitter, LinkedIn and Google cookies and scripts, with your consent, to enable social media integration on our website. If you wish to change which cookies and scripts we use, you can alter your settings below.
Cancel